Wat is faillissement?

De wet zegt, dat een schuldeiser zich op het alle goederen van zijn schuldenaar – dat is dus iedereen die verbintenissen aangaat – met zijn gehele vermogen instaat voor de nakoming daarvan. Dat noemen we verhaalsrecht.

Een schuldeiser kan dus – als de schuldenaar zijn verplichtingen niet zelf nakomt – verhaal nemen op het gehele vermogen van de schuldenaar. Bij voorbeeld door beslag te leggen op zijn huis, of op zijn bankrekening.

Lees verder

Turboliquidatie en lege boedels

De problematiek van de “lege boedels” is in insolventieland een veelbesproken onderwerp. Wat dit inhoudt? De curator wordt bij een faillissement betaald uit de failliete boedel. Maar als er geen geld in de boedel zit, dan krijgt de curator niets betaald voor zijn werk. Terwijl hij toch de boedel moet onderzoeken en verslag moet uitbrengen. Dat is natuurlijk vervelend want niemand werkt graag voor niets. Mede in verband met dit probleem is er al een aantal jaren discussie over de wijze van honorering van curatoren. Insolad heeft er al eens een commissie op gezet, en mr. G. van Dijck van de Universiteit van Tilburg heeft onderzoek gedaan naar de omvang van en mogelijke oplossingen voor het probleem.
Volgens de Faillissementswet doet de aanwezigheid van actief voor de beslissing tot faillietverklaring niet ter zake: het gaat er slechts om, of de schuldenaar is opgehouden te betalen, en of – als de aanvraag ingediend is door een schuldeiser – diens vordering geldig is (art. 6 Fw.). De laatste tijd is er een nieuwe trend. Curatoren proberen faillissementsvonnisen aan te tasten, wanneer er geen actief van betekenis is. De curator wordt dan – zo is de gedachte – onnodig met zijn taak en de daarbij te maken kosten opgezadeld, en dat is misbruik van recht. Bij het inleiden van een procedure moet er immers ook een “belang” zijn. In sommige gevallen heeft de rechter zo’n verzet van de curator toegewezen onder de overweging, dat de bestuurders van de facto failliete vennootschappen in plaats van het aanvragen van het faillissement van de vennootschap over hadden moeten gaan tot een zogenaamde “turboliquidatie”. Hoe zit dat allemaal?

Lees verder

Lopende procedures en faillissement steeds een puzzeltje

De vraag, wat er moet gebeuren met een lopende procedure als een van de procespartijen failliet verklaard wordt, is altijd weer ingewikkeld. De curator komt voor de vraag te staan, of de procedure moet worden overgenomen of niet. Extra ingewikkeld wordt het, wanneer er sprake is van vorderingen over en weer: er is een eis in conventie en een eis in reconventie. Naar aanleiding van die vraag heb ik mij (weer) eens verdiept in dit onderwerp en eens goed uitgediept hoe het nu zit met die samenhangende eisen over en weer. Dit leidde mij tot nieuwe inzichten in deze complexe materie. Wellicht een handig know how blog voor curatoren en voor wie nog meer van doen heeft met deze situatie.

Lees verder

Ierland is ook leuk om een tijdje te wonen

Als je in financiële moeilijkheden geraakt bent en je je schulden niet meer kunt betalen, dan kan wat we tegenwoordig noemen een “insolventieprocedure” uitkomst bieden. Daar hebben we er drie van in Nederland. Per 1 december 1998 is de “wettelijke schuldsanering voor natuurlijke personen” (WSNP) er – naast faillissement en (voor ondernemers) surseance –  als derde type procedure bij gekomen. Zoals de titel zegt is deze bedoeld voor natuurlijke personen. Maar is er meer?

Lees verder

Insol Europe Paris (2013)

Het Insol Europe congres – ditmaal in Parijs – was weer een eer en genoegen om bij te wonen. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen, dat de uitstapjes naar deze congressen deels het karakter van een snoepreisje hebben. Je mag verkeren in kringen van mensen, die in Europa het een en ander in de melk te brokkelen hebben. Inspirerende en intelligente mensen. De congressen worden altijd op een prettige locatie in Europa georganiseerd. Zoals Parijs. En je krijgt goed verzorgde diners en lunches gepresenteerd, waar menigeen jaloers op mag zijn. Toch moet je het belang van deze bijeenkomsten niet onderschatten. Lees verder

De stille bewindvoerder

Al zo’n 20 jaar tracht de wetgever het sanerend vermogen van het insolventierecht te verbeteren. De gedachte hierachter is, dat het eenvoudiger moet worden een onderneming die in zwaar weer verkeert zodanig te herstructureren, dat de onderneming kan blijven voortbestaan. Met name het Amerikaanse systeem – de zgn. Chapter 11 – is daarbij vaak als voorbeeld van een succesvolle manier van saneren aangehaald, maar het wilde nooit erg lukken om de surseance en het faillissement dezelfde effectiviteit te geven. De surseance niet, omdat je dan met name tegen arbeidsrechtelijke beperkingen aanloopt. En het faillissement niet, omdat het negatieve momentum na het uitspreken van een faillissement zo groot wordt, dat het korte tijdsbestek dat dan nog rest om door te starten het welslagen ervan ernstig bemoeilijkt. Lees verder

De curator 2.0 – Hoe komt het beroep van curator er uit te zien?

Inleiding

De faillissementspraktijk heeft in de afgelopen decennia in meerdere opzichten een sterke ont­wikkeling doorgemaakt. Ik zal hierna stilstaan bij de verschillende lijnen, waarlangs deze ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Achtereenvolgens bespreek ik: (1) specialisatie, (2) inter­nationalisatie (3) toenemende regulering, waaronder (4) nadere eisen aan de organisatie van de insolventiesectie, (5) verbetering van efficiëntie en transparantie, (6) verbreding van de expertise met financieel-economische kennis, (7) kwaliteitsnormering en last but not least (8) digi­talisering. Tot slot zal ik concluderen, waar deze ontwikkeling naar mijn mening in zal uitmonden[1]. Lees verder

De curator als OvJ?

Het onderwerp fraudebestrijding is zo lang als ik curator ben (inmiddels heb ik in januari mijn 25 jarig jubileum gevierd als advocaat) een “hot item”. Bij alle drukdoenerij rond dit thema is er ondertussen niet heel veel veranderd. Het jongste initiatief op dit vlak is het wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude d.d. 23 juli 2013 van onze “crimefighters” in Den Haag

Lees verder

Lopende overeenkomsten en faillissement

Wanneer een onderneming failleert, is er altijd sprake van nog lopende overeenkomsten, waarbij over en weer verplichtingen bestaan die nog niet geheel zijn nagekomen. Met name bij duurovereenkomsten is dit uit de aard van de overeenkomst vanzelfsprekend. Maar ook bijvoorbeeld bij bouwcontracten of andere overeenkomsten, die binnen een bepaalde periode worden voltooid. De Faillissementswet (“Fw.”) kent sinds de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1992 met artikel 37 een tamelijk ingewikkelde regeling, die door enkele recente arresten van de Hoge Raad weer in de schijnwerpers is komen te staan. In dit blog wil ik nader stil staan bij het systeem van art. 37 Fw. en de vragen die deze arresten uiteraard ook weer oproepen. Lees verder

Toedoen doet er niet meer toe

De Hoge Raad is om. In het verleden heeft de Hoge Raad rond het thema boedelschuld in een aantal arresten het zogeheten “toedoen” criterium ontwikkeld. In een procedure van een verhuurder tegen mr. Tideman q.q. gaat de Hoge Raad in zijn arrest d.d. 19 april 2013 (LJN BY6108) om, en verlaat het eerder ontwikkelde criterium expliciet. De vraag, of een vordering is toe te rekenen aan een (rechts)handeling (het “toedoen”) van de curator is niet langer bepalend voor de kwalificatie van die vordering als boedelschuld. Dit is een belangrijke ontwikkeling voor onder meer de verhuurder wiens huurder failliet gaat. Verhuurders namen steeds vaker bepalingen op, waarmee men grote boedelvorderingen wil creëren bij faillissement van de huurder. De Hoge Raad roept daar nu rigoureus een halt aan toe. Lees verder