Europees bankbeslag (EAPO) in aantocht II

Op 4 april 2012 maakte ik melding van de in aantocht zijnde mogelijkheid om binnen de EU bankbeslag te leggen op basis van een grensoverschrijdende titel. Deze uitbreiding van mogelijkheden past in het beleid van de Europese wetgever om het schuldeisers makkelijker te maken om binnen de EU hun recht te halen zonder bij buitenlandse rechterlijke instanties aan te moeten kloppen. Want dat is ingewikkeld – een andere taal, een ander wettelijk systeem, buitenlandse advocaten op grote afstand – en daarbij werkt het justitieel systeem niet overal even soepel. De Britten weten niet wat ze gaan missen. Ik denk dat ze zich (net als menige Nederlandse roeptoeter) niet half realiseren, wat de Europese wetgever al tot stand gebracht heeft, hoezeer de Brusselse molens ook traag malen. Verwachtte ik in 2012 dat de EAPO er mogelijk al in 2014 zou kunnen zijn, dat bleek langer te duren. De Verordening (EU) Nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad was er wel op 15 mei 2014. Onze Minister Van der Steur heeft nu dan toch op 2 mei 2016 het wetsvoorstel ingediend ter implementatie.

Lees verder

Grensoverschrijdende bescherming persoonsgegevens na Weltimmo

Inleiding

Op 1 oktober 2015 heeft het Europees Hof van Justitie een uitspraak gedaan over de uitleg van Richtlijn 95/46/EG in een procedure van de in Slowakije gevestigde onderneming Weltimmo tegen de Hongaarse Autoriteit bescherming persoonsgegevens. Het recht op bescherming van persoonsgegevens is een grondrecht. De Europese wetgever heeft ter uitvoering van dit grondrecht, zoals neergelegd in art. 8 van het EVRM, Richtlijn 95/46/EG uitgevaardigd. De EU-Lidstaten dienen deze richtlijn in de nationale wetgeving op te nemen. De Wbp is daar de Nederlandse uitwerking van. Dit betekent net zoals voor tal van andere door de Europese wetgever uitgevaardigde wettelijke regels, dat de uitleg van de Europese Richtlijn van belang is voor de uitleg van de nationale wetgeving. De uitspraak van het Hof werpt nieuw licht op de uitleg van Richtlijn 95/46/EG. Lees verder

Incasso binnen Europa – Europese procedure voor geringe vorderingen

Zoals aangekondigd in het blog over het EBB zou dit een drieluik worden over incasso binnen Europa. Hierbij dan deel 3, de geringe vorderingen. Omdat de Europese Commissie het betalingsgedrag binnen de EU wil bevorderen, om zo ook de drempel voor intracommunautair handelsverkeer weer lager te maken, is als sluitstuk in 2007 de Europese verordening betreffende de procedure voor geringe vorderingen of “small claims” procedure geïntroduceerd. Ook dit is – net als het EBB en het EET – een procedure van communautair EU-recht, dat boven de nationale wetgeving staat. Het verleent ook weer een Europese titel tegen de debiteur. Net als de procedure voor het EBB is ook deze procedure bedoeld eenvoudig te zijn, zodat deze procedure zonder tussenkomst van een advocaat gevoerd kan worden. Wat ook praktisch is bij geringe vorderingen, want de bovengrens is EUR 2.000. Dat zul je aan een advocaat al snel kwijt zijn voor een procedure. De grens wordt in 2017 verhoogd naar EUR 5.000. Lees verder

Incasso binnen Europa – de Europese executoriale titel

De Europese wetgever heeft naast de eerder besproken mogelijkheid van een Europees Betalingsbevel (EBB) ook de mogelijkheid geïntroduceerd van het verkrijgen van een Europese Executoriale Titel (EET). De verordening (EET-Vo) is ingevoerd op 21 januari 2005. Voor het executeren van een buitenlands vonnis in Nederland (of het executeren van een Nederlands vonnis in het buitenland) is in 2000 de Europese verordening op de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen (EEX-Vo) ingevoerd. De EEX-Vo is echter herzien (“herschikt”) in 2015. De verordening heette eerst ook wel “Brussel I”. De nieuwe versie noemt men EEX-Vo herschikt of ook wel “Brussel I-bis”. De schuldeiser kan nu bij de eigen rechter bekrachtiging van een verkregen vonnis vragen op de voet van art. 53 EEX-Vo (herschikt). Op basis daarvan kan het vonnis in heel Europa worden geëxecuteerd. Het EET biedt een alternatief voor het exequatur en kan ook in alle lidstaten (excl. Denemarken) ten uitvoer gelegd worden. Het EET wordt gevraagd aan de rechter in het land waar het vonnis of de titel tot stand is gekomen, dus in het land van herkomst van de titel. Een belangrijke beperking van het EET is echter dat het alleen kan worden verkregen voor niet betwiste vorderingen. Hoewel een aantal vorderingen, die een leek niet zou rekenen tot de niet betwiste vorderingen, toch vatbaar kan zijn voor een EET. Daarin schuilen risico’s voor de onoplettende debiteur. Deel 2.

Lees verder

Incasso binnen Europa – Europees betalingsbevel

Sommige onderwerpen moet je als advocaat natuurlijk helemaal niet belichten. Onder het motto “je moet een aap niet leren klimmen” is dit blog dus heel onverstandig, want voor je het weet gaat iedereen zelf aan de slag en ben je als advocaat overbodig. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En ik denk dat het helemaal niet verkeerd is in deze wereld van Eurosceptici de burger te wijzen op de voortgang en de voordelen van Europese integratie van wettelijke regels en procedures. Europa is een trein, die langzaam en soms zo gebrekkig als een Fyra onvermijdelijk zachtjes voortdendert. Onvermoed gebeurt er meer dan men denkt. In een drieluik over grensoverschrijdende incasso van vorderingen binnen Europa deel 1: het Europees betalingsbevel. Lees verder

Ierland is ook leuk om een tijdje te wonen

Als je in financiële moeilijkheden geraakt bent en je je schulden niet meer kunt betalen, dan kan wat we tegenwoordig noemen een “insolventieprocedure” uitkomst bieden. Daar hebben we er drie van in Nederland. Per 1 december 1998 is de “wettelijke schuldsanering voor natuurlijke personen” (WSNP) er – naast faillissement en (voor ondernemers) surseance –  als derde type procedure bij gekomen. Zoals de titel zegt is deze bedoeld voor natuurlijke personen. Maar is er meer?

Lees verder

De curator 2.0 – Hoe komt het beroep van curator er uit te zien?

Inleiding

De faillissementspraktijk heeft in de afgelopen decennia in meerdere opzichten een sterke ont­wikkeling doorgemaakt. Ik zal hierna stilstaan bij de verschillende lijnen, waarlangs deze ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Achtereenvolgens bespreek ik: (1) specialisatie, (2) inter­nationalisatie (3) toenemende regulering, waaronder (4) nadere eisen aan de organisatie van de insolventiesectie, (5) verbetering van efficiëntie en transparantie, (6) verbreding van de expertise met financieel-economische kennis, (7) kwaliteitsnormering en last but not least (8) digi­talisering. Tot slot zal ik concluderen, waar deze ontwikkeling naar mijn mening in zal uitmonden[1]. Lees verder

Europese insolventieverordening en COMI

Het Europese recht dringt steeds meer door in onze wetgeving. De Europese Insolventieverordening is alweer aan een revisie toe, die ongetwijfeld tot verdere uniformering zal leiden. Dat is uiteraard een goede zaak, want ondernemingsactiviteiten stoppen niet aan de landsgrenzen, en het verkeer van goederen en mensen neemt binnen Europa alleen maar verder toe. Als curator heb je hier dan ook steeds vaker mee te maken. Zo onlangs ook de procedure, waarin verzet werd aangetekend tegen de faillietverklaring van een natuurlijk persoon. Dat dossier bleek COMI-sche aspecten te hebben. Lees verder

Europees bankbeslag (EAPO) in aantocht I

Terwijl sommigen denken, dat de Europese Unie reversibel is, stoomt de wetgevingstrein vanuit Brussel door om het streven naar een uniforme en transparante Europese markt vorm en inhoud te geven. Ook op het vlak van unificatie van de internationale rechtspraktijk, zodat internationale handel ook gefaciliteerd wordt door de mogelijkheid afspraken te handhaven en wanbetalers aan te pakken. In een eerder stadium heeft de Europese wetgever het de burger al makkelijker gemaakt om een betalingsbevel te verkrijgen bij een buitenlandse rechter, simpelweg door een online incassoverzoekschrift in te voeren. De volgende stap is het Europees bankbeslag, dat aangeduid zal worden als “EAPO”. Lees verder